woensdag
maart 2026
Direct contact? Bel 073 - 44 00 300 of mail naar info@wdl.nl
woensdag
maart 2026
De krantenkoppen liegen er niet om. "Private credit sijpelt het financiële systeem binnen, met alle risico's van dien." En: "De kanonnen bulderen, en dat betekent hoogtij voor beleggers." Twee artikelen die ik de afgelopen weken met interesse heb gelezen en die me ook aan het denken hebben gezet. Want WDL wordt in gesprekken regelmatig in één adem genoemd met de partijen waar deze stukken over gaan. Dat begrijp ik. We doen immers ook aan private credit, ook wel private debt genoemd. Maar er is een fundamenteel verschil dat ik graag wil uitleggen.
De markt voor private credit is de afgelopen jaren explosief gegroeid. Wereldwijd beheren private credit-fondsen inmiddels meer dan $2.000 miljard aan vermogen. Grote vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeraars hebben massaal kapitaal in deze markt gestopt, aangetrokken door hogere rendementen dan op de obligatiemarkt. En dat werkt, zolang het goed gaat.
De afgelopen maanden laaide de discussie verder op door onrust rond enkele grote fondsen in de Verenigde Staten. Die discussie is begrijpelijk. Maar ze laat ook iets zien: de term private credit wordt in het publieke debat steevast gebruikt om uiteenlopende strategieën op één hoop te gooien. Alsof je zou zeggen dat alle aandelen slechte beleggingen zijn omdat koersen in één sector dalen. De verschillen doen er wel toe.
De zorgen van toezichthouders draaien om een paar concrete dingen. Bij veel grote fondsen stapelt leverage zich op: ze trekken institutioneel kapitaal aan en lenen daar bovenop ook nog eens bij banken. Als het misgaat, verspreidt de schade zich niet alleen via directe beleggers, maar via het hele financiële systeem. Pensioenfondsen beleggen in private credit-fondsen, die op hun beurt lenen aan bedrijven die ook schulden hebben bij banken. Niemand heeft het complete plaatje. En als er domino’s vallen, blijkt iedereen met iedereen verbonden.
Daar komt bij dat sommige fondsen beleggers de indruk geven dat ze makkelijk kunnen uitstappen, terwijl de onderliggende leningen helemaal niet liquide zijn. In een crisis, als iedereen tegelijk wil uitstappen, levert dat problemen op.
Toezichthouders als het IMF en de FSB waarschuwen hier al jaren voor. En niet voor niets.
Al deze risico’s hebben één gemeenschappelijke noemer: institutioneel kapitaal als funding.
De grote private credit-fondsen zijn afhankelijk van pensioenfondsen, verzekeraars en grote vermogensbeheerders. Dat maakt ze onderdeel van het systeem. Bovendien richten veel van deze partijen zich op grote bedrijven en complexe schuldstructuren, waarbij leningen worden verstrekt op basis van verwachte kasstromen, zonder harde zekerheden.
Bij WDL is dat fundamenteel anders. Wij hebben geen funding van institutionele beleggers.
Ons kapitaal komt van particuliere beleggers, ondernemers, families, vermogende particulieren, die direct of via onze fondsen uitlenen aan ondernemers en vastgoedbeleggers in het Nederlandse MKB. We verstrekken uitsluitend gewone bedrijfsleningen, zonder complexe schuldstructuren. Bij elke lening verlangen we substantiële zekerheden, bijvoorbeeld in de vorm van vastgoed of andere bedrijfsactiva. En we lenen niet bij een bank om ons rendement op te schroeven. Het rendement komt puur uit de rente op de onderliggende leningen.
Er zit geen pensioenfonds of verzekeraar tussen ons en de belegger. Er zijn geen verborgen verbindingen met de bredere financiële wereld. Als er morgen onrust door de markten gaat, heeft dat geen directe invloed op onze funding.
Nee. Dat beweer ik ook niet. Private debt kent altijd kredietrisico: de ondernemer die zijn rente niet betaalt, het pand dat in waarde daalt. Dat risico managen wij met strenge selectie, solide onderpand en actief beheer. Daar ben ik eerder ook al uitvoerig op ingegaan.
Maar het systeemrisico waar toezichthouders nu voor waarschuwen, het risico dat problemen in private credit overslaan naar pensioenfondsen, banken en uiteindelijk de gewone spaarder, dat speelt bij ons niet. We zijn er simpelweg niet mee verbonden.
Ik schrijf dit niet om de sector af te branden. Private credit vervult een belangrijke rol. Het financiert ondernemers die bij de bank geen toegang hebben tot kapitaal en biedt beleggers toegang tot rendementen die de spaarrente al lang niet meer haalt. Dat is waardevol.
Maar achter dezelfde term gaan strategieën schuil die fundamenteel van elkaar verschillen. Of je aan wie uitleent, met of zonder hefboom, met welke zekerheden: dat bepaalt het risicoprofiel. Dat hoort bij het volwassen worden van een industrie, en het is aan beleggers om dat onderscheid te leren maken.
Voor onze beleggers is het dan ook minder relevant wat er in de Verenigde Staten met private credit gebeurt. Veel belangrijker is de vraag hoe een fonds is opgebouwd, waar het kapitaal wordt uitgeleend en onder welke voorwaarden.
Stel bij elke aanbieder de juiste vragen. Wie verstrekt de funding? Zijn er institutionele partijen bij betrokken? Wordt er op fondsniveau geleend om het rendement op te schroeven? Welke zekerheden staan er tegenover de leningen? En klopt de liquiditeitsstructuur met wat er aan beleggers wordt beloofd?
Bij WDL zijn de antwoorden helder. Onze beleggers zijn particulieren. We gebruiken geen leverage. Onze leningen zijn illiquide, en dat zeggen we ook gewoon zo. Geen verrassingen.
Dat klinkt misschien minder groots dan een internationaal private credit-imperium met kantoren in New York, Londen en Singapore. Maar het is wel degelijk. En in een wereld waar de ruis toeneemt, is degelijkheid een onderscheidend voordeel.